De invloed van het Klimaatakkoord op de Nederlandse installatiebranche

De invloed van het Klimaatakkoord op de Nederlandse installatiebranche

Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen Nederlandse organisaties en bedrijven om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het akkoord bevat een pakket maatregelen om de CO2-uitstoot in Nederland in 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van 1990. De maatregelen zijn nodig om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal anderhalve graad. Het gesloten akkoord heeft ook zijn impact op de installatiesector in Nederland. Wat betekent dit voor de branche, wat zijn de gevolgen en wat kunnen installatietechnici de komende jaren verwachten?

Het akkoord kort samengevat

Bij het akkoord om ernstige klimaatgevolgen tegen te gaan, heeft de overheid nauw samengewerkt met bedrijven en organisaties om tot een akkoord te komen. In het akkoord zijn afspraken gemaakt met elektriciteitsbedrijven, de bouwsector, de industrie, landbouwbedrijven, verkeersbedrijven en er zijn allerlei deals gesloten voor een betere samenwerking tussen de verschillende sectoren. Het pakket maatregelen is er voor een periode van 10 jaar en na een recent adviesrapport van de commissie-Remkes blijkt nogmaals dat het de hoogste tijd is om iets aan de klimaatproblemen en stikstofcrisis te doen. In Nederland wordt al jaren te veel stikstof uitgestoten en dit is slecht voor mens en milieu. Bodem- en luchtkwaliteit wordt door stikstof ernstig aangetast en dit heeft schadelijke gevolgen voor de mens, natuur en dieren.

De impact van het akkoord op de installatiebranche

Het akkoord tussen de overheid en bedrijven zorgt voor 24.000 nieuwe banen in de installatiesector. Dit is een toename van maar liefst 16 procent. In 2030 komen er 42.000 tot 78.000 nieuwe voltijdbanen bij, zo is berekend door onderzoeksbureau ECN. Daarmee is het Klimaatakkoord een kans voor de Nederlandse economie, al zit er wel een maar aan vast. Nu al komt de installatiebranche handen tekort en dus is omscholing belangrijk. In de olie- en kolenindustrie dreigen 6.000 tot 11.000 mensen hun banen kwijt te raken. Voor elke baan die iemand kwijtraakt in de fossiele sector, komen er dankzij het akkoord zeven banen bij. Daarom doet voorzitter Doekle Terpstra van ondernemersorganisatie Techniek Nederland een oproep om meer geld beschikbaar te stellen voor technisch beroepsonderwijs. Technici met green skills zijn de komende jaren hard nodig in de installatiesector.

Wat installatietechnici kunnen verwachten

Om alle plannen uit het eerdergenoemde akkoord te kunnen doorvoeren, zijn technische vakmensen onmisbaar. Dit legt een grote druk op de mensen die er nu al werkzaam zijn. Zo moeten installateurs er op aandringen bij consumenten om vooral een warmtepomp te plaatsen in plaats van de bekende cv-ketel. De hybride warmtepomp wordt steeds vaker gestimuleerd en aangeprezen om aan te schaffen in plaats van de cv-ketel. De belasting op gas gaat stapsgewijs omhoog, terwijl de belasting op elektriciteit daalt. Bovendien zijn er subsidiemaatregelen voor het plaatsen van een waterpomp. Dit maakt de overstap naar duurzame alternatieven aantrekkelijk voor de consument. Alleen in 2018 waren er al 15.000 extra krachten nodig in de installatiesector en dus is een gefaseerde aanpak nodig om deze grootse klus te klaren. Zowel kleine als middelgrote installateurs moeten zich in ieder geval voorbereiden op grote veranderingen. Vakkennis is belangrijk, maar ook blijven doorleren. Werkprocessen veranderen en voor installateurs is het daarom belangrijk de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden willen ze in het vak werkzaam blijven.

Vaktechnisch
Informatie voor professional en bedrijf op het snijvlak van vakinhoudelijkheid en actualiteit.