Het nieuwe pand van Avans+ is modern doch statisch. Het gebouw is hoekig, ontworpen en opgeleverd in natuursteen, met gevelpanelen en veel ramen. De ingang is omringd door water, gras en wilgen. Professioneel en toegankelijk sluit het pand feilloos aan bij de ambitie van Avans+: post-bachelor opleidingen en masters bieden aan professionals die meer uit zichzelf willen halen. De nadruk ligt op groei middels een persoonlijke aanpak. Iedereen krijgt er de kans zich verder te ontwikkelen. In 2020 verhuisde de organisatie naar een pand aan de Claudius Prinsenlaan in Breda. De voorbereidingen zijn in 2018 aangevangen. Samen met totaalinstallateur Hoppenbrouwers werd er een leer en werkklimaat gecreëerd waarin iedereen de kans krijgt uit te blinken.

Soms heb je projecten waar je vanuit je ziel verbonden bent geraakt, mede omdat je dit ook van anderen ervaart. Dit is er één van.
Michel van Kollenburg, projectleider bij Hoppenbrouwers
Michel van Kollenburg, projectleider bij Hoppenbrouwers

Totaalinstallateur Hoppenbrouwers begon ruim honderd jaar geleden als eenmanszaak in Brabant. Inmiddels is de technisch dienstverlener werkzaam in acht verschillende disciplines, in 14 steden en een tal van markten. De kracht van Hoppenbrouwers zit in de mensen. De zelfsturende teams zijn een manier om te zorgen dat werknemers nauw betrokken zijn bij ieder project. Zo ook bij de verbouwing van Avans+. “De opdrachtgever was een aanwezige partij tijdens de ontwerpfase – in positieve zin,” vertelt de projectleider. “Zij gaven gelijk hun input van hoe ze alles wel of niet voor ogen hadden. Qwinq, die het bouwmanagement leidde, werkte niet vanuit een top-down principe maar als een gelijkwaardig team. Zo raak je dieper in het project verzeild omdat je het met z’n allen doet. Zo’n project krijgt iets extra’s. Mensen die over dit project spreken doen zo met passie omdat je samen iets moois hebt neergezet.”

Van Kollenburg heeft samen met zijn team en de teams van Avans+, Qwinq, gespecialiseerd in huisvestingsoplossingen, Bouwbedrijf Boot en Architect Rienks een mooie prestatie geleverd. Op installatietechnisch gebied was dit project een grote uitdaging: “De koppeling en keuze vanaf waar door te borduren op de bestaande installaties is een uitdaging. Want naast dat we hele mooie installaties willen opleveren, kijken we altijd met de klant mee als het gaat over het beschikbare budget. Wij zien het als onze verplichting om daar een zo goed mogelijk advies in te geven.”

Avans+

Voor dit project zijn de installateur en de bouwkundig aannemer vanuit de markt geselecteerd middels een selectieronde. “Wij waren voorgeselecteerd voor dit project. Wij hebben veel ervaring in de bouw van scholen – van basisscholen tot aan universiteiten,” vertelt van Kollenburg. Hoppenbrouwers kon als installateur tegen het einde van de DO-fase, als het definitieve ontwerp staat, instappen. Voor dit project werden gedeeltelijk de bestaande installaties in takt gehouden, hier is Hoppenbrouwers verder op gaan engineeren. Na voltooiing van de VO en TO fases zijn ze van start gegaan. “Dit project werd door de samenkomst van de bestaande installaties met de nieuwe installaties zeer interessant,” merkt de projectleider op. De ruimtes zijn zo ontworpen dat kantoor en onderwijs samenkomen terwijl hier normalerwijs verschillende normen gelden voor licht en lucht. “De architect is er in geslaagd om kantoor en onderwijs naadloos in elkaar over te laten lopen, waar wij met de techniek rekening mee gehouden hebben. Met name de Connectzones die de architect Rienks ontworpen heeft, zorgt er voor ons voor dat wij deze overgang hebben kunnen realiseren.”

Tijdens de gunning maakte Hoppenbrouwers indruk door ruimte te maken voor een open dialoog vertelde Miriam Verdaasdonk, manager Facility Services bij Avans+. Coen Toebosch, directeur Avans+, vond het enthousiasme vanuit Hoppenbrouwers voor een complex totaalproject de reden om met de installateur in zee te gaan. Beiden vertelden aan Hoppenbrouwers in een interview over het verloop van de gunning. Daarbij dat Hoppenbrouwers met zelfsturende teams werkt. Daarin zag ook hij het belang van een open dialoog en de betrokkenheid van alle medewerkers van het project.

Lees ook het interview met Henny de Haas, algemeen directeur Hoppenbrouwers Techniek:

Hoppenbrouwers is een kennisorganisatie
Hoppenbrouwers Techniek

Hoppenbrouwers is een kennisorganisatie

9 maart, 14:00

Hoppenbrouwers werkte nauw samen met Qwinq, die Avans+ begeleidde in het bouwproces. Evenals met bouwbedrijf Boot en de architect Rienks. Van Kollenburg: “Met deze groep acteren we op basis van gelijkwaardigheid. Overleggen waren altijd constructief en efficiënt. Dit kernteam had de wil om samen iets heel moois neer te zetten. Daar begint een collectief succes mee.”

Van Kollenburg was eindverantwoordelijk voor zowel de werktuigbouwkundige als de elektrotechnische installaties. “Zonder mijn collega’s kan ik niets,” vertelt hij. “Per discipline zetten we teams in die al jaren op elkaar zijn ingespeeld. Die bestaan naast de projectleider uit werkvoorbereiders, engineers en tekenaars.” Samen met mede projectleider Frank van Sundert, wiens achtergrond in W-installaties feilloos aansluit bij de E-achtergrond van Van Kollenburg, over zagen zij de realisatie van de installaties.

Techniek

De grootste uitdaging bij dit project zat bij de koppeling van bestaande installaties met de nieuwe techniek. Tijdens de engineeringsfase hield het team van Hoppenbrouwers hier rekening mee. In deze fase bekeek het team welke installaties zij moesten realiseren. “Dit project was installatietechnisch bijzonder omdat we maar een beperkte ruimte hadden boven het systeemplafond waarin we de installaties kwijt konden. Naast dat we maar weinig ruimte hadden moesten we ook doorborduren op de bestaande installaties,” vertelt Van Kollenburg. Als er eenmaal gekozen is voor de installatie gaat het team een plan maken over hoe deze te realiseren en kijken ze vervolgens hoe het onderhoud over de komende jaren daarvoor zal verlopen.

Installaties

“Er is in het onderwijs gedeelte gekozen voor het gebruik van koelplafonds. Deze zorgen voor een optimaal en een gelijkmatige comfort beleving. Voor de grotere behoefte aan koelvermogen moesten wij een koelmachine op het dak uitwisselen voor één met een grotere capaciteit. Bij het uitzoeken van de juiste koelmachine hebben wij gekozen voor een duurzame variant. Er zijn CO2 opnemers gebruikt die automatisch de installatie kunnen aansturen tot een versnellende luchtverversing. De koeling in de kantooromgeving is voorzien door bestaande inductie units opnieuw in te zetten.

De keuze voor deze installaties is gemaakt, omdat comfort heel belangrijk is – zeker in temperatuur en licht. Wat de één als zeer prettig ervaart, kan een ander daar een minder behaaglijk gevoel aan over houden. Door de toepassing van koelplafonds wordt de geklimatiseerde lucht veel gelijkmatiger verdeeld. Het kent in verhouding wel een grotere investering, maar wel met de zekerheid dat de ervaring in comfort verschillen veel kleiner zijn.

Ik ben trots op het eindresultaat. Als ik nu rondloop in het gebouw zie ik hoe het architectonisch ontwerp samen is gekomen met de techniek. Neem bijvoorbeeld de ontwerpen voor de verlichting en de koeling – dat hebben we samen gerealiseerd.”

Klimaattechniek

Naast de eisen conform de wetgeving stonden de uitgangspunten vast in het uitgangspuntendocument. In de VO en TO fases werden deze verder geconcretiseerd. Temperaturen, verversing van lucht die aanvullend aangestuurd worden door middel van CO2 opnemers, en het algemene beeld van comfort zijn in het latere bestek afgestemd. “De afzuig van het actieve restaurant gedeelte is vanwege beperkingen naar het dak, na engineering, uitgewerkt tot een ander plan. Via de parkeergarage wordt de lucht afvoer verlegt naar het terrein. Op gepaste afstand wordt de lucht via een buitenunit uitgeblazen.”

Elektrotechniek

Elektrotechnisch zit er verlichting in op basis van LED. “Samen met de architect Gert-Martijn Zwartsenburg en onze licht leverancier Fagerhult hebben we een prachtig lichtplan gemaakt. De verlichting moet voldoen aan de werk en leeromgeving. Zodoende hebben we het ontworpen om functioneel, speels en uitnodigend te zijn,” vertelt Van Kollenburg. “Er zitten twee  bedien- en signalering panelen. Hiermee zijn de verlichting en gordijnen te bedienen. Storingsmeldingen van de W-installatie en overspanningsbeveiliging meldingen komen hierop binnen. Alles is gekoppeld en uitgewerkt op basis van KNX.”

Samen met Avans+ en Qwinq heeft het team van Hoppenbrouwers bepaald waar ze het beste een draadloze of een vaste dataverbindingen konden gebruiken voor de ICT middelen. “We hebben ook onderzocht of we over konden stappen op all-electric maar dat was budgettair helaas niet haalbaar,” vertelt Van Kollenburg. Dus het team moest werken met een deel van de bestaande middelen. “De bestaande structuur voor de hoofdstroom verdeling hebben we aan kunnen houden. Zo hebben we bijvoorbeeld het bestaande wandgoten netwerk op iedere verdieping gehouden. We hebben alleen aanpassingen gedaan als het relevant was voor de werkplek,” licht de projectleider toe. De hoofdaansluiting was door het gebruik van duurzame installaties niet noodzakelijk om te verzwaren.

Complete lijst met installaties

W-Installaties E-installaties
Verwarming Licht en Krachtinstallatie
Koeling Noodverlichting
Lucht Inbraakbeveiliging
Sanitair Brandmeldbeveiliging
Watervoorzieningen Toegangscontrole
Hemelwaterafvoeren Verlichtingsinstallatie
Binnenriolering CCTV installatie
Brandbestrijdingsinstallatie Data installatie
Gasinstallatie Gebouwbeheersysteem op basis van KNX
Regeltechniek Laadpalen (bestaand)
Gebouwbeheersysteem
Tracing
Vetvangput

Collectief belang

“Het proces is relatief goed verlopen. Achteraf zijn er altijd zaken die je anders had willen doen. Dat ga je inzien met de kennis die je later hebt opgedaan. Zo hebben wij nu een interne proces verbetering doorgevoerd na dit project: installatietechnische ontwerpen die alle projectteams zelfstandig maken, worden door een ander projectteam nog eens kritisch bekeken. Zo kunnen we het niveau van het ontwerp en daarmee de uiteindelijke installatie naar een hoger niveau tillen. Zo kunnen we allemaal bijdragen aan het individuele en collectieve kennisniveau en onze kenmerkende en lerende organisatie.

Tijdens dit project kwamen er natuurlijk ook knelpunten omhoog. Op die momenten is het belangrijk hoe je ermee omgaat en dat je niet wegloopt voor je verantwoordelijkheden. Fouten maken we allemaal, maar verschil maak je door het collectief belang voorop te stellen en samen doen wat op dat moment nodig is.”